Werkstuk maken

Dagboek - Werkstuk maken

Voor school moesten we een werkstuk maken. Je mocht zelf een onderwerp kiezen. Ik koos giftige dieren. Toen moesten we eerst in de bibliotheek boeken zoeken over giftige dieren. Ik heb een boek over slangen, spinnen en over dodelijke huisdieren meegenomen.

Ik ben eerst af en toe in de boeken gaan lezen. Dat vond ik best leuk, want ik wilde wel weten over dat gif en zo. Om informatie te verzamelen maakte ik rondjesplaten. Volwassenen noemen dat een mindmap, maar ik vind rondjesplaat leuker.

Je zet bijvoorbeeld het woord slang in het midden op een papier en zet daar een cirkel omheen. Daaromheen zet je woorden als ei, vervellen, giftanden, eigenlijk alles wat je bent tegengekomen in het boek en wat je wilt vertellen over de slang.

Als je daarmee klaar bent, neem je de rondjesplaat en ga je in je eigen woorden zinnen maken van al die woorden die je hebt verzameld. Natuurlijk kan je af en toe in het boek lezen als je het niet meer precies weet.

Eerst schreef ik gewoon zinnen op zonder op de spelling te letten. Maar mijn moeder zei toen dat ik naar de korte en lange klank moest luisteren en dat ben ik toen gaan doen. Daarna zei ze dat ik ook op de tegenwoordige tijd moest letten van de werkwoorden en helemaal op het laatst hadden we het zelfs ook over zelfstandig naamwoorden en bijvoegelijk naamwoorden.

En weet je? Nu snap ik waarom we op school die lesjes doen met tegenwoordige tijd en zo en met benoemen, want dan kan je mooie en goede zinnen maken!

Groetjes van zZiep


← ouder nieuwer →